STAATSSECRETARIS PRESENTEERT AANPASSING GRIJSKENTEKENREGELING VOOR ONDERNEMERS

Bij de Algemene Beschouwingen over de Begroting 2005 heeft de Tweede Kamer een motie van het kamerlid Verhagen aangenomen. De motie bevatte diverse wijzigingen op het Belastingplan 2005. Een daarvan betrof de gedeeltelijke ongedaanmaking van de in het Belastingplan 2005 voorgestelde afschaffing van de grijskentekenregeling voor bestelauto's. De nieuw in te voeren grijskentekenregeling houdt een teruggaaf in van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) als aan de volgende voorwaarden cumulatief  is voldaan.

Voorwaarden voor grijskentekenregeling:

1. Het moet gaan om de aankoop en het houderschap van een bestelauto (niet een personenauto).

2. De aankoop is verricht door een ondernemer (in de zin van de omzetbelasting). Ook degene die zelfstandig een beroep uitoefent of zelfstandig een vermogensaandeel exploiteert om daaruit duurzaam opbrengst te verkrijgen, geldt als een kwalificerende ondernemer. Ook zogeheten resultaatgenieters kunnen voor de BPM-teruggaaf in aanmerking komen. Het al of niet vrijgesteld zijn voor de BTW-heffing is niet van belang.

3. De koper gebruikt de bestelauto in zijn onderneming. De auto behoort tot het ondernemingsvermogen. De bestelauto staat dan hetzij als bedrijfsmiddel hetzij als onderdeel van een handelsvoorraad op de balans.

4. De bestelauto moet in de onderneming meer dan bijkomstig (duurzaam) worden gebruikt.

5. De teruggaaffaciliteit geldt per bestelauto gedurende (ten hoogste) vijf jaar vanaf de eerste ingebruikname en alleen gedurende één aaneengesloten periode. De eis van een gebruiksduur van vijf jaar binnen de onderneming ziet niet alleen op de bestelauto zelf maar ook op het bestaan van de onderneming waartoe het behoort. Een verkoop van de bestelauto of staking van de onderneming binnen de vijfjaarstermijn leidt tot het verschuldigd worden van BPM waarbij een vermindering mag worden toegepast op basis van de forfaitaire afschrijvingstabel van de BPM. Het ombouwen van een bestelauto tot een personenauto na de vijfjaarstermijn leidt evenwel tot heffing van BPM.

Overige onderwerpen
Er komt een bijzondere (anti-misbruik) regeling voor leasemaatschappijen of verhuurbedrijven die bestelauto's ter beschikking stellen aan derden. Als de feitelijke gebruiker voldoet aan de voorwaarden, komt de leasemaatschappij e.d. in aanmerking voor de teruggaaf.

Als recht op een BPM-teruggaaf bestaat, is ook het verlaagde tarief in de motorrijtuigenbelasting van toepassing, óók na afloop van de vijfjaarsperiode. De verwachting bestaat dat de voorgestelde grijskentekenregeling medio 2005 in werking zal treden. Particulieren hebben vanaf de datum van inwerkingtreding bij aanschaf van een nieuwe bestelauto niet langer meer recht op het BPM-voordeel voor bestelauto's en ook is het verlaagde tarief in de motorrijtuigenbelasting voor hen niet meer van toepassing.

Een van de maatregelen van de motie Verhagen betreft een verhoging van het tarief van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's per 1 januari 2005 met € 76. Dit is een verhoging na de indexering met de zogeheten tabelcorrectiefactor (2005: 1,4%) Voor ondernemers is dit een echte verhoging. Voor particulieren met een bestelauto valt de verhoging weg in het voor hen geldende hogere tarief motorrijtuigenbelasting na inwerkingtreding van deze grijskentekenregeling. Voor gehandicapten met een bestelauto geldt de verhoging van de motorrijtuigenbelasting van € 76 niet. Voor hen komt overigens per 1 januari 2005 een afzonderlijk (lager) tarief in de motorrijtuigenbelasting.

De teruggaafregeling ziet er als volgt uit. De koper (ondernemer) betaalt aan zijn leverancier een bedrag inclusief BPM. De BPM wordt -net als bij personenauto's al het geval is- door degene die het kenteken aanvraagt, op aangifte voldaan. De koper van de bestelauto vraagt de BPM vervolgens bij de Belastingdienst terug. Formeel duurt de teruggaafprocedure drie maanden, maar de staatssecretaris verwacht dat doorgaans de gehele procedure (inclusief de betalingstermijn voor overboekingen door financiële instellingen) niet langer dan een maand zal duren. Voor een korte teruggaafprocedure moet het verzoek om teruggaaf langs digitale weg plaatsvinden.

Bron: Tweede Kamer, 20-10-2004, nr. 29767